1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer

Japanse termen

Bij het binnentreden of verlaten van de dojo wordt steeds met osu! gegroet.
Een hogere graad wordt steeds met osu! begroet (vanuit Fudo Dachi).

Tellen

(1-10)
Ichi, Ni, San, Shi, Go, Roku, Sichi, Hachi, Ku, Ju; Yon Ju Go = 45

Woordenlijst


Age: Hoog
Ashi Barai: Beenveeg
Chudan: Tussen Jodan en Gedan (romp, ter hoogte van de plexus)
Gedan: Alles lager dan het kruis (benen)
Geri: Traptechniek
Hajime: Start, beginnen
Hanmi: (heup) half weggedraaid
Hantai: Ander kant, wisselen van stand of houding
  (andere been voor)
Hidari: Links
Jodan: Alles boven de schouders (hoofd + nek)
Jiyu-Kumite: Vrij gevecht
Jiyu kamae: Vrije gevechtshouding welke een zekere
  gevechtsrealiteit uitdrukt
Juji: Gekruist
Kamae: Houding
Kamae te: Commando om aangegeven stand aan te nemen
  (bijv."hidari zenkutsu dachi, Kamae te":
  neem de linker naar voren leunende stand aan)
Kanku: Staren naar de zon
Kake: Gehaakt
Karate-Do: De weg van de lege hand (het ongewapend vechten)
Karate-Gi, Dogi, Gi: Karate-oefenpak (kimono)
Kata: Basistechnieken, individule stijloefening waarbij
  een gevecht tegen denkbeeldige tegenstanders
  wordt uitgebeeld
Kime: Doorzettingsvermogen, inzet
Ki: Energie
Ki-Ai: Concentratie van energie door harde schreeuw
Kihon: Stijltechnische basistraining
Kihon kumite: Stijltechnische basistraining met partner
Kumite: Vrij gevecht
Kyokushinkai-kan: Kyoku: uiterste, Shin: waarheid, Kai: samenwerken,
  Kan: organisatie
Mae: Voorwaarts
Mae ni: Naar voren
Mawatte: Commando voor draaien, van richting veranderen
Migi: Rechts
Morote: Dubbele of versterkte techniek
Naore: Ga terug naar uitgangspositie
Obi: Gordel
Osu!: Groet, bevestiging (spreek uit 'oesch')
Shomen: (Heup) naar voren
Sagaru: Naar achteren
Tai Sabaki: Ontwijking
Tsuki: Stoottechniek
Uchi: Slagtechniek (trekstoot, zweepslag)
Ushiro, Ura: Achterwaarts
Yame: Stop
Yasume: Rust, ontspannen (tevens afgroeten in musubi dachi)
Yoko e: Zijwaarts
Yudansha: Dangraadhouder
Yoi: Wees gereed, klaar


Delen van de hand


Haishu : Rugzijde
Haito: Meskant buitenkant, duimzijde
Koken: Pols
Nukite: Speerhand
Seiken: Vuist met knokkels van wijs- en middenvinger
Shotei: Handpalm
Shuto: Meskant buitenkant
Tettsui: Hamervuist
Ura Ken: Omgedraaide vuist


Delen van been en voet


Chusoku: Bal van de voet
Haisoku: Wreef
Hiza: Knie
Kakato: Hiel
Sokuto: Meskant buitenkant voet
Sune: Scheenbeen
Teisoku: Meskant binnenzijde voet


Overige lichaamsdelen


Ago: Kin
Ganmen: Aangezicht
Hiji, Empi: Elleboog
Kinteki, Kin: Testikels, kruis


Standen (dachi)


Heisoku dachi: Voeten gesloten, natuurlijke parallelle stand
Shizentai of
Heiko dachi
: Voeten heupbreedte en naast elkaar
Musubi dachi: Hielen tegen elkaar, V-vorm, voeten 90 graden
Hachiji dachi: Voeten schouderbreedte, voeten licht naar buiten wijzend
Kiba dachi: Paardezitstand: voeten 2x schouderbreedte,
  voeten evenwijdig, gebogen knieen
Zenkutsu dachi: Voorwaartse stand
  (voorste been gebogen, gewichtsverdeling 70:30)
Kokutsu dachi: Achterwaartse stand
  (achterste been gebogen, voeten haaks op elkaar)
Fudo dachi: Gevechtsstand (onbeweeglijke stand,
  sterk naar alle kanten), gewicht op beide benen
  (combinatie tussen zenkutsu en kiba dachi)


Afweertechnieken (uke waza)


Jodan uke: Opwaartse afweer, verdediging voor het hoofd
Soto uke: Afweer van buiten naar binnen, eindigt voor het lichaam
Uchi uke: Afweer van binnen naar buiten, eindigt voor het lichaam
Gedan barai: Lage afweer
Shuto uke: Afweer met meskant van open hand
Morote uke: Afweer met twee armen,1 arm ondersteunt de ander
Kakiwake uke: Dubbele openende afweer (wigblok)


Stoottechnieken (tsuki waza)


Oi tsuki: Vorderende vuiststoot, zelfde arm en been is voor
Gyaku tsuki: Tegengestelde vuiststoot, bijv. linker been voor,
  rechter arm stoot
Kizame tsuki  : Reikende vuiststoot met voorste arm,
  heupen draaien half weg
Nukite: Steekstoot met speerhand


Trap- en stamptechnieken (keri waza)


Mae geri: Voorwaartse trap met bal van de voet
Mawashi geri: Cirkelende trap met bal van de voet (soms wreef)
Yoko geri keage: Zijwaartse stijgende trap met meskant van de voet
Yoko geri kekomi: Zijwaartse stampende trap met meskant van de voet
Ushiro geri: Achterwaartse stampende trap met hiel
  (recht naar achteren)
Fumikomi: Naar beneden gerichte stampende trap met meskant
  van de voet
Kin geri: Mae geri met de wreef naar het kruis
Hiza geri: Voorwaartse trap met de knie


Slagtechnieken (uchi waza)


Shuto uchi: Slag met de meskant van de hand
Uraken uchi: Slag met de bovenkant van de vuist (knokkels)
Tettsui uchi: Slag met hamervuist (pinkzijde)


Openings- en sluitingsceremonie, dojo-etiquette


Seiza: Meditatie-zit
Shinzen Ni Rei: Groet aan de overleden Karate-grootmeesters
Shinden Ni Rei: Groet aan de tempel
Mokuso: Meditatie met gesloten ogen
Mokuso Yame: Stop met mediteren, ogen open
Sensei Ni Rei, osu!: Groet aan de leraar, vanaf 1e dan
Senpai Ni Rei, osu!: Groet aan de leraar, bruine banders
Otagai Ni Rei, osu!: Groet aan elkaar
Keritsu: Verzoek tot opstaan


Domo Arigato Gosai Mashita (bedankt voor uw aanwezigheid)
 

Karate vereniging Katsu te Winsum

International Budo Kai